Krijger doet 6 april 1736 te Haamstede ondertrouw met Neeltje Corne- lisse Bolle. In de akte staat over hem „geboortig van en wonende onder Koudekerke" en van haar: „geboortig van onder Burght en wonende onder Koudekerke. Met dit laatste bedoelde men de naburige boerderij "LuchtenburgM. Het volgende jaar werd hun enig kind geboren dat in leven bleef, het was Pieter Krijger, in juni 1737 gedoopt. Waar het echtpaar onder Koude kerke verbleef, voordat ze omstreeks 1753 dit bedrijf betrokken, was niet te achterhalen. Omstreeks die tijd moet hij de hofstede met 22 per celen "coorn en weijland" hebben gekocht. De totale oppervlakte bedroeg 62 gemeten en 129 roeden. Toen in 1765 zijn zwager Bolle Cornelisz. Bolle op „Luchtenburg" overleed, trad hij op als zaakwaarnemer voor zijn schoonzuster Jannetje Gerbrants met haar zes kinderen. Voor drie minderjarigen was hij tevens voogd. Hij ontvind de „cooppenningen" (5) van de op 2 mei 1765 publiek verkochte hofstede „Luchtenburg". Joos Willemse betaalde hem voor de 47 gemeten en 222 roeden „cooren en weijlanden" ruim 433 ponden vlaam s (6). Hij was ook rekeningbeheerder van de boedel ten behoeve van de erfgenamen van zijn schoonvader Cor- nelis Bolle. Deze laatste overleed bij hem thuis op 86-jarige leeftijd in september 1766. De vijf maanden „houdenisse" (7) van de oude man leverden Krijger „den rendant" (rekenplichtigevolgens voren gemaakt accoord 5 ponden vlaams op. Een nauwkeurige opsomming geeft de kosten van de begrafenis weer, zoals „het afleggen, maken van een doodkist, huur van het doodkleed, aanschaf van laken en hemden voor de ligbaar en het loon van de lijkbid der en grafdelver". Ook wat er op het sterfhuis werd geconsumeerd bracht Krijger nauwkeurig in rekening, te weten een halve zak tarwe voor het brood op het rouwmaal, een vat bier, wat vlees, vis, boter, kaas en pijpen tabak. Dit kostte bij elkaar 8 ponden vlaams, 16 schel ling en 4 groten. Koffie en thee waren nog te zeer een luxe artikel. In 1780 bewoonde zijn zoon Pieter Krijger de hofstede. Hij was dan 43 jaar oud en inmiddels gehuwd met Pieternella Gillesdochter. 30 augus tus 1778 liet ze hun zoon Pieter te Haamstede dopen. Deze overleed in 1826, 47 jaar oud. Hij woonde in de dorpskern van Haamstede en stond ingeschreven als dagloner. Het is onduidelijk, waarom hij zijn vader niet opvolgde in het boerenbedrijf. Genoemde Cornelis Krijger was dus in 17 80 nog in leven. De gehele hofstede, toen met 23 percelen totaal groot 68 gemeten en 296 roeden, stond op zijn naam. Er bleef een incompleet „landboek" (8) uit 1781 bewaard, (zie foto), waar het land in „zaaijensveld" en de „weijens" in „maaijensveld" beschreven staan. Voor de teelt van de meekrap gol den nog andere normen, vandaar apart vernoemd als „meekoop". Een verlies van 9 gemeten met de veldboekmaten, maar niet alleen de helft van aangrenzende sloten, ook alle greppels en binnensloten ("slaeken") zijn hierbij inbegrepen. Een niet gering verschil van 14 tussen „in 't vuul" (later kadastraal) en „zaaijens en maaijensveld". De boerderij werd omstreeks 1790 door Jacobus Priemus gekocht, die geboortig was van Den Bommel. Zijn tweede huwelijk vond plaats in 1763 te Eikerzee met de van daar afkomstige Jacoba de Jonge. In 1766 werd hun zoon Philippus te Eikerzee geboren, die in 1795 huwde met Tona van der Wekken. Ze gingen wonen op deze boerderij, die in het veldboek van 1801 op zijn naam stond. In 1808 bestond ze uit 24 percelen en was groot 96

Tijdschriftenbank Zeeland

Kroniek van het Land van de Zeemeermin | 1976 | | pagina 102