zien. Ook de kerk werd rondom vermaakt en gerepareerd. Voor deze restauratie werden onder meer 34. 000 oude gebroken stenen gebruikt, gekomen van "de ouwe vervallen ruinen ende fondamenten van het Clooster tot Sijon te Noortgouwe". Aan deze restauratie herinnerden voor het eind van de laatste wereldoorlog een paar steentjes aan de westkant van de to ren, rechts een onleesbaar twee-regelig opschrift, links het jaartal 1591. Nadere bijzonderheden uit deze tijd zijn onbekend. Ir. H. de Lussanet de la Sablonière, onder wiens leiding de restauratie van de kerk plaats vond, waarvan het eerste gedeelte in 1952 gereed kwam, deelde de mee dat de spant- en dakconstructie aanmerkelijk scheef hing naar het wes ten. Hij schrijft dit toe aan een waarschijnlijk lange periode waarin het koor als rui'ne is blijven staan na de verwoesting van het schip. Ook de zijmuren zijn toen sterk gaan overhellen door het gewicht van de kap en het gemis aan verband tussen de muren. Indertijd heeft men aan de west kant een schuin dakschild gemaakt, omdat hiermee tegendruk werd ver kregen tegen de schuinhangende dakconstructie. Om een beter aanzien te verkrijgen zijn verder de steunberen recht afgehakt en bijgemetseld. De hoeken werden met de toen meer gebruikelijke Bentheimer zandsteen verlevendigd. Ook de ramen kregen nieuwe omlijstingen in deze steen, ter vervanging van de gebroken ledesteen (=kalkgesteente uit Lede in Vlaanderen). Van begin zeventiende eeuw maken we nu een hele sprong. De tegenwoor dige westmuur van de kerk,bestaat hoofdzakelijk uit zogenaamde Utrecht se steen, die in de achttiende en negentiende eeuw veelvuldig gebruikt werd. Het blijkt, dat inderdaad in de laatste helft van de achttiende eeuw de kerk weer onder handen is geweest. Zo is in het archief van de Clas sis Zierikzee te vinden, dat in 1761 en 1765 aanbestedingen hebben plaatsgevonden van reparatie en onderhoud van de kerk, consistorieka mer en toren. Alle nadere bijzonderheden ontbreken helaas. Op deze tijd wijst ook de sluitsteen boven de voormalige ingang van de kerk, met op een zeer ónopvallende plaats de naam Willem Farnbuc en het jaartal 1788. Het beheer van de kerkgebouwen berustte in die tijd bij de overheid. De zojuist genoemde aanbestedingen werden dan ook gehouden door de "Hee- ren Gecommitteerde Raaden van Zeelandt". De bestekken waren te zien "ten Huyze van 's Lands Fabrucq te Middelburg" en "ten Huyze van den Heer Rentmeester der zoogenaamde Geestelijke Goederen te Zierikzee". De archieven van 's Lands fabriek en van de geestelijke goederen zijn helaas niet bewaard gebleven, zoals Dr. W. S. Unger, de voormalige Rijksarchivaris, mij na de Tweede Wereldoorlog schreef. Het zal dan ook wel een open vraag blijven, wanneer en waarom in kerk en consis toriekamer de zandlaag van één èl anderhalve meter werd aangebracht, die men na de ramp aantrof bij het graven van een sleuf voor de hete- luchtve rwarming. Vanaf 1820 hield de plaatselijke Kerkvoogdij notulen bij. Maar grote restauraties vinden we hierin gedurende meer dan een eeuw niet ver meld. Wel hebben in 1854 enige herstellingen plaatsgevonden, waarvoor van Rijkswege subsidie is gegeven, o. a. gedeeltelijke reparatie van het gewelf. De notulen spreken van „plafond". Hoewel het met de geschiedenis van het kerkgebouw als monument niets te maken heeft, is het m.i. op zijn plaats om hier met erkentelijkheid de naam te noemen van Burgemeester F. Bouman, die aan het eind van de vorige eeuw tevens president-kerkvoogd was. De notulen van de kerk- 82

Tijdschriftenbank Zeeland

Kroniek van het Land van de Zeemeermin | 1976 | | pagina 86