146
ZELFPORTRET
das de leus! Zoo blijven wij met hart en mond, met lijf en ziel: goed Zeeuwsch
goed rond!' In feite is deze redenering ook terug te vinden in de Zeeuws-Vlaamse
lofzang van Pattist die Poldermans inspireerde, en bovendien past zij volledig in de
anti-annexatiebeweging van na de Eerste Wereldoorlog.
In juni 1919 de dreigende annexatie was sinds april bij de vredesconferentie in
Parijs van tafel werd het lied van Poldermans en Morks door de Goese school
jeugd bij het bezoek van de jonge koningin Wilhelmina gezongen. Bij haar bezoek
aan Middelburg in augustus 1924 klonk voor Hare Majesteit uit duizenden zan
gerskelen echter een andere zang van Poldermans en Morks, namelijk 'De Zeeuwen
aan Oranje'.
Ook buiten Zeeland vond hij een forum voor zijn verhalen en gedichten, meestal
in populaire tijdschriften met verhalen. Zo verscheen in Eigen Haard (nr. 21 van de
jaargang 1936) een verhaal over ringrijderij. In Morks'Magazijn (een verzameltijd-
schrift dat niets met de toondichter Jan Morks van doen heeft) verschenen verschil
lende aardige gedichten. Zo bijvoorbeeld het 'Maenenacht' {Morks Magazijn, sept.
1925) en in het blad Zij 'Troenkboomen' (sept. 1925). Ook andere tijdschriften
publiceerden van hem, zoals Buiten en Ons eigen Tijdschrift. Maar zijn natuurlijke
biotoop was de Middelburgsche Courant waar hij de juiste toon en lengte vond:
nooit te lang, mild, ironisch, en nooit geleerd en afstandelijk (als Meertens) maar
immer levendig en informatief. In die krant publiceerde hij heel wat 'gewone arti
kelen' (niet in dialect) over historische onderwerpen.
Poldermans deed meer. In de loop van de tijd (vooral in de jaren twintig) schreef
hij verschillende jeugdboeken, die bij Kluitman in Alkmaar verschenen en gere
geld herdrukt werden: De Katuil, De Schouwse smokkelaar, De Strandjutter, Het
Juttersnest en De avonturen van Jan Kodde. Ook bewerkte hij op verzoek van deze
uitgever een Frans kinderboek. De herdrukken van zijn eigen jeugdboeken werden
door Poldermans immer op rekening van de gemeente voor zijn schoolbibliotheek
aangeschaft.
Hier moet nog een bijzondere publicatie genoemd worden. In het archief van de
gemeente 's-Gravenpolder had Poldermans, toen hij op zoek was naar gegevens over
de schuttersgilden, teksten gevonden van rederijkerstoneel. Ten minste een spel had
hij, niet zonder moeite, in zijn geheel getranscribeerd. Vervolgens wilde hij daar
een uitgave van maken, wat hem bepaald niet meeviel. Het was in deze situatie dat
het contact met Meertens hem ook op het terrein van de historische taal- en letter
kunde van grote waarde was. Onder de titel Het spel van de stathouwer verscheen het
's-Gravenpolderse rederijkersspel in 1930 in het jaarboek Archiefwet het Zeeuwsch
Genootschap. Poldermans had er een zeer beknopte inleiding voor geschreven met
aanduiding van de bron. Interessanter nog was zijn bijlage 'een en ander over de
kamer van Sinte Barbara', de patrones van de plaatselijke rederijkers.
In 1929 moest Poldermans een half jaar met ziekteverlof. In dat jaar was voor hem
en zijn gezin, mede dankzij de extra inkomsten van zijn bijbaan, de publicaties en
zijn voordrachten, een fraai huis gebouwd buiten het dorp 's-Gravenpolder aan de
weg naar Ovezande, huize De Garve. In mei 1934 kreeg hij ontslag als hoofd van
de school nadat hij afgekeurd was om zijn beroep uit te oefenen. Op 6 december
1937 werd hij door een beroerte plotseling blind. Hij overleed, 61 jaar oud, op
vrijdag 14 april 1939.