rechte beschuldiging van 'verregaande malversatie en kwaade trouw' een politieke draai heeft willen geven? Het lijkt alles wel zo te zijn. La ten we echter eindigen met een van de laatste woorden van Van den Broe- ke zelf: ,,Ik laat uit al het bereedende en naar waarheid ter nedergestelde, den onpartydigen Leezer oordeelen, wat van het Caracter, - de Beschul- digingen en Procedures myner Vervolgers tegen my, - wat van myn ge drag, zo verre het geoorlooft is van zich zeiven te getuigen, te oordee len en te houden zy. Duinkerke den 6 July 17 92. BRONNEN EN LITERATUUR 1. Archief van de gemeente Zierikzee. Poorterboek 2. Archief van Joh. Enschedé Zn. Copy-boek nr. 59/2. f150 3. Broeke, van den A. Vrijmoedige Verdediging van Aard van den Broeke. Duinkerken, MDCCXCLL (1792) 4. Fouw, de A. Jr. Onbekende Raadspensionarissen. s-Gravenhage, 1946 5. Geyl, P. Geschiedenis van de Nederlandse Stam, deel V. A'dam/ Antwerpen 1961 - 1962 6. Groen van Prinsterer, G. Handboek der Geschiedenis van het va derland deel 2, Amsterdam, 1895 7. Kanter, de J. Phil. z. Chronijk van Zierikzee, 1795, Tweede uitgave 8. Nieuwhof, D. Burgerlijk en kerkelijk gedenkboek van Haamstede, deels ook van Burgh. Tholen, 1857 9. Archief van het Waterschap Schouwen. Veldboek van het Westervie- rendeel, zijnde van Haamstede, Renesse en Noordwelle, ingaande 11 November 1780 10. Wessels, A.M.: Zeeland in de Patriottentijd. Goes, 1947 NOTEN 1. Een voet is ca. 29 cm en een duim ca. 2, 5 cm. Zijn totale lengte was dus ca. 1.65 m. 2. sterke verdenking 3. verduistering van hem toevertrouwde gelden 4. versterkt 5. rekeneenheid van 20 Stuiver, tot aan het einde van de Republiek ge handhaafd 6. geheimgehouden 7. De Kanter: p. 183 8. Groen van Prinsterer: p. 619 9. Geyl: p. 1278 10. ld. p. 1298 11. Nieuwhof: p. 33 12. De Kanter: p. 315 13. Nieuwhof: p. 93 14. ld. p. 94 15. De Kanter: p. 413 en 414 16. Platbodemd, breedgebouwd visservaartuig met twee zwaarden, in het bijzonder gebruikt voor de versharing en kustvisserij 121

Tijdschriftenbank Zeeland

Kroniek van het Land van de Zeemeermin | 1976 | | pagina 127