Op 14 januari 157 6 waagden de Prinsgezinde troepen een aanval op Noordwelle. "Den 14den voeren 's morgens ten drie uur en uyt der stadt in 't land elff schouwen 47) en twelff schuyten naar Noortwelle. Omtrent den dorpe komende hebben sij den vijand vernomen liggende in 't dorp, ende alsoo het bij den dorpe toegepaald was, en hebben de schuyten niet aan 't dorp konnen geraken, alsoo dat eer sij aan 't dorp gerochten drie bootsgezellen geschoten waren. Nu aan land koomende zijn de vijanden vertrokken naar de kerke die zij beschanst hadden, alsoo sijn de boots gezellen met ettelijke soldaten over de schanze gevallen, en hebben den vijand gedreeven in de kerke ende gevraagd off zij haer gevangen be geerden te geven, waarop zij antwoorden: neen, waar met de bootsge zellen de kerke straks in brand staken, zulks dat de papouwen 48) haar op den toorn begaven, dan vraagden sij nog eens off zij haar nog niet opgeven en wilde, en antwoorden 't zelfde. Doen staken de boots gezellen den tooren ook in brand, maar den vijand ziende dat den tooren uytbrandende was, hebben begeerd op te geeven, 't welke de andere niet doen en wilden. Doen ziende den vijand dat zij sterven moesten zijn tot twee en twintig toe van boven uyt den tooren gevallen ende ge sprongen, sommige doot, sommige halff leevend, d'welke stracks ge- plondert ende voorts doorsteken wierden, zulks datter niemant over en bleeff, want de reste verbranden op den thooren, behalven twee solda ten die ons volk haar lijff salveerde. Op de sen thooren waar en ook et telijke vrouwen ende kinderen van de soldaten, onder welke een vrouwe haar kind, zijnde vijff ofte ses weeken oud, van boven uyt den thooren wierp, ende wert gevangen van de soldaten zonder eenig letzel aan 't lijff te hebben, ende de moeder volgde na, d'welke een dagh off twee maar en leefden. In welke batailghe bleeven thien bootsgezellen ende een soldaat van de stadt, dewelke in de stad begraven wierden" 49). Een van de soldaten van de Prins kwam onder behandeling van de Zie- rikzeese chirurgijn: "Jop Jacopszoon, bootsghesel op Lambert Heyneszoon. Dees was met een gheveert mosketloot doer sijn arm ghescooten een groote hantbreet boven zijn ellebooch. Dat gadt ofte wonden was soe groot datter wel een kaetsbal doer ghegaen souden hebben ende het ghebeente was heel tot mortelen ende die stuckken been sijnder met handen vol uutghevallen ende die narm was van den ellebooch tot die scoer toe soe slap als een darm. 50). Ook de Spaanse krijgsgevangenen werden verzorgd door meester Claes: "Noch brochten dese gasten een paepouwe sargant mede. Dees was ghescooten in zijn rechterscoerblat dattet tot zijn slyncker ocselen we- deruutquam, noch was hij ghescooten op sijn ruggen sijn rechtersijde naest dit quam onder zijn rechterborst uut, noch was hij ghescooten in sijn rechtervoet, noch een steeck in zijn rechtervoet, noch was hij seer verbrant zijn ghe(he)len ruggen, zijn slynckerhant, zijn noese, noch hadde hij tot Noortwelle van den toren ghevallen. Desen starf den XlXen jannuuarius" 51). Meester Claes kreeg niet alleen militairen te behandelen maar ook bur gers die bij de stadsverdediging werden ingezet: "Op den Xllen meyde warde ghescooten een burgerskint. Een jongen van XIII jaeren, ghenaempt Huijbrecht Gijsbrechtszoon. Dit ginck bolwer- 25

Tijdschriftenbank Zeeland

Kroniek van het Land van de Zeemeermin | 1976 | | pagina 29