aarde en rotsen bedolven; 457 mensen kwamen daarbij om. Schwytz, de hoofdplaats van het kanton van die naam, biedt niets bezienswaardigs. Er was trouwens geen tijd om rond te kijken, want men wilde de Rigi nog vóór zonsondergang beklimmen. Na gedineerd te hebben ,,in eene zeer vrolijke kamer", ,,retourneerden wij naar Galdan, alwaar wij bij eene pas opgebouwde herberg, terplaatse der voorheen gestaan hebben de kerk, onze paarden gezadeld vonden. "Onder het gunstigste weer begonnen wij achter elkander ons in beweging te stellen om den Mons Rigidus of Regina Montium, waarvan de naam Rigi ontleend moet zijn, te beklimmen. Dezelve biedt het schoonste ge zicht op, dat zich verder dan op alle andere bergen, die gemakkelijk be klommen kunnen worden, uitstrekt, omdat de ligging derzelve van de an dere hooge bergen is afgescheiden. Onze dames waren zoo volmaakt ge rustgesteld nopens het gevaar door hare geleiders èn beangstheid om op een paard te zitten door het gemakkelijke zadel, hetwelk van achteren met eene leuning volmaakt een stoeltje was, zij met ons geene zwarigheid vonden om op effen en vlakken grond een klein draftje intestellen. Toen wij evenwel wat verder waren, begon het gelaat van tijd tot tijd een wei nig te betrekken, en niet zonder reden, want het moet iedereen doen hui veren door paarden langs een pad in steilte aan een gewonen trap gelij kende, van steen en hout in de rotsen daargesteld, opgevoerd te worden, terwijl eene afgrijsselijke diepte naast ons van tijd tot tijd zigtbaar was, waarin wij bij elke misstap of struikeling van onzen rossinand ligtelijk zouden hebben kunnen storten. Bijna de helft der weg bereikt hebbende, hielden wij halt en er werden ons in eene Senhüt (chalet) tevens voor herberg dienende, aarbeijen en wijn aangeboden, welke verf ris sching greetig werd geaccepteerd zowel als door eenige andere reizigers welke in groote hitte te voet den berg bestegen. Men ziet hier woningen, die in het voorjaar door boeren betrokken worden, wanneer zij met hun vee naar boven gaan, om tijdens de zomer boter en kaas te maken. Zoowel groot als klein vee dragen aan den hals schellen van verschillende groot te, hetgeen in het gebergte een liefelijk en zacht geluid geeft, hetgeen van verre kan gehoord worden, en voor afdwaling zeer geschikt gebezigd wordt. De indruk van bijgelovigheid en domheid in dit land zou gedurende de verdere reis nog worden versterkt. Dat lijkt in strijd met de opwekkende, schone en verheven natuur. Zo is de weg tot aan het gehucht en klooster Maria zum Schnee verdeeld door stations, waarop delen uit het leven van Christus zijn afgebeeld, rijkelijk versierd met bloemen, kruisen, har ten en (wassen) mensenbeenderen. De daarbij geknielde mensen vormden wel een contrast met de luidruchtige reizigers. Het klooster wordt be woond door drie monniken. Een "slechte" herberg werd bereikt, waar veel mensen aanwezig waren; zij waren afkomstig uit de nabijgelegen badplaats Kaltbad. Ook zij wilden de zonsondergang op de Rigi zien. Ge zamenlijk ("en corps") trok men verder.... Steeds meer mensen verzamelden zich, van alle nationaliteiten. Als al tijd waren de Engelsen in de meerderheid. Andere Nederlanders waren er niet. ,,Langzaam en statig begon het groote licht te zinken en raakte de toppen van het Jura-gebergte aan, terwijl met de heerlijkste kleuren het land schap geverwd werd, totdat hetzelve zich onder de diepe stilte der aan- schouwers verborgen had. Daarop spoedde eenieder zich naar zijn kwartier. 58

Tijdschriftenbank Zeeland

Kroniek van het Land van de Zeemeermin | 1976 | | pagina 62